meer over het scholierenfonds

Haymanott, Sentayeh en Waihentu komen alle drie uit het uiterste zuiden van Ethiopië, waar de meeste mensen nog in dierenvellen lopen en van ruilhandel leven. Het onderwijs in het dorp is matig (goede leraren trekken weg, niemand wil in deze uithoek wonen). De leerlingen kunnen alleen een vervolgopleiding volgen als ze goede cijfers behalen. Dit lukt maar weinig leerlingen, en tot nu toe slechts één enkele vrouw!

Sinds september 2004 gaan deze drie jonge vrouwen voor beter onderwijs naar de stad Arba Minch, 400 km ten noorden van het dorp waar zij zijn geboren. Wij hebben huisvesting voor hen geregeld en begeleiding. Zij hebben nog 4 tot 5 jaar middelbare school voor de boeg. De kosten per studente zijn circa 25 Euro per maand. De eerste resultaten zijn bemoedigend, en de meiden zijn erg gelukkig in hun nieuwe omgeving.

In 2005 verwelkomen we een vierde jonge vrouw Behalau, met z'n drieën zitten ze nu in hetzelfde schooljaar. Eén van de meisjes, Sentayeh, zit één klas lager. Terwijl drie meiden in september 2006 aan klas 10 beginnen, blijft Sentayeh zitten. Wat blijkt, ze is zwanger en wordt de ongelukkige moeder van een meisje.

Sentayeh gaat terug naar Dimeka, bij haar "adoptiemoeder" terwijl de andere meiden doorgaan met klas 10. In 2007 falen alle drie de overgebleven meiden het staatsexamen van klas 10. Twee meiden gaan terug naar Dimeka en doen, doordat zij klas 9 en 10 als één van de weinigen meisjes hebben afgerond, via een overheidsprogramma een éénjarige gezondheidszorg. Eind 2009 gaan zij beiden aan het werk, Waihentu werkt bij de Karo stam en Behalau bij haar eigen stam.

Haymanott blijft in Arba Minch en doet een computercursus, in 2008 doet zij herexamen voor klas 10. In de zomer van 2010 rond zij de middelbare school af. Omdat haar punten net niet voldoende zijn voor een beurs aan de universiteit, gaat zij als vakstudent verder.

====

Voor Zila is het volgen van een lagere schoolopleiding al een dagelijkse strijd. Zila komt uit het zelfde gebied als de mingi-meisjes en behoort ook tot de zogenaamde Hamar-stam, is begin twintig en heeft Polio. Zijn familie heeft hem verstoten omdat hij niet productief kan zijn (hij loopt op handen en voeten). Hij leeft van bedelen en woonde gratis in een kamertje. De uitzichtloze toekomst en de onzekerheid of hij ook morgen nog een dak boven zijn hoofd en iets te eten zal hebben, maakte hem erg onzeker.

Kune Zuva heeft een hutje inclusief de grond gekocht (100 Euro), zodat niemand hem meer kan verjagen. In november 2004 heeft hij een rolstoel gekregen, waardoor hij zelf naar school kan gaan. Om hem onafhankelijk van hulp te maken, is op het stukje land dat in 2004 voor hem is aangekocht een driekamer huisje met wasgelegenheid naast zijn eigen hut gebouwd. Deze kamers verhuurt hij nu, om zo zelfvoorzienend te zijn. Dit project is voor Kune Zuva hiermee afgesloten.

sluiten